Oneindigheid

meulendijks_cover.jpgOneindigheid - de Wachter Kronieken

ISBN: 9789402201765

Gerard is een jongen die alles heeft; familie, vrienden, een goede opleiding met uitzicht op werk. Toch blijven de kwelgeesten uit zijn jeugd hem nog regelmatig lastig vallen. Dit drijft hem ertoe, wanneer hem op een dag door een mysterieus persoon een voorstel wordt gedaan, een keuze te maken die zal leiden tot een episch avontuur door tijd en ruimte, waarvan hij de omvang in zijn stoutste dromen niet had kunnen vermoeden. Gedurende zijn zoektocht naar een mysterieuze ring, die volgens verhalen de weg naar huis zou moeten vormen, blijven er vragen. Vragen waarop Gerard een antwoord zal moeten vinden…

 

“Ik vroeg je wat, studiebol, of weet je soms niet meer hoe je moet praten? Moeten we die enorme kop grijze cellen even wakker maken?” Hij gaf Gerard een ruwe duw, waardoor Gerard bijna omviel en zijn fiets moest laten vallen. De jongens die om Gerard heen stonden, lachten. Gerard voelde zichzelf boos worden. Hij was nooit echt bang geweest voor de kinderen die hem vroeger pestten en ook nu, jaren later, was angst niet het eerste dat in hem op kwam. Enkel woede. “Ik denk…dat jij met je poten van me af moet blijven, Daniel.” Een spottend Oeoeoeoeh steeg op uit het groepje.

“Zo zo, me eerst van mijn fiets af rijden en nu ook nog eens een grote bek? Ik denk dat we daar maar eens wat aan moesten doen.” Gerard werd op datzelfde moment van achteren door twee jongens bij zijn armen gepakt. Hij spande zijn spieren en zette zich schrap. Zijn voeten gingen als automatisch enkele passen uit elkaar. Hij had jaren vechtsport beoefend. “Voor het zelfvertrouwen.” had de psycholoog toentertijd gezegd. Gerard had echter niet alleen zelfvertrouwen overgehouden aan die jaren van oefening. Daniel kwam dreigend op hem af om hem een klap te geven. Zijn rechterhand balde zich tot een vuist, maar voordat hij een klap kon uitdelen had Gerard hem een harde trap in zijn kruis gegeven, waarop de pestkop in elkaar zakte. Met een snelle beweging draaide Gerard zijn rechterarm een slag, waardoor de jongen die hem daar vast had zijn greep moest verplaatsen. Hierdoor kreeg hij de ruimte zijn arm los te wringen, waarop hij de andere jongen aan zijn linkerhand een harde klap tegen zijn neus gaf. Toen ook zijn linkerarm werd losgelaten, draaide hij snel naar rechts om ook daar een rake klap uit te delen, gevolgd door een schop voor de vierde jongen, die op hem af kwam om hem om zijn middel te grijpen. De adrenaline suisde door Gerards aderen en opgekropte woede van jaren ervoor dreef hem tot hoogten van kwaadheid die hij nog niet eerder had gevoeld. Hij stootte een oerkreet uit en stortte zich op Daniel die van angst niet wist waar hij het zoeken moest. Met een rake klap tegen zijn slaap verloor hij zijn evenwicht waardoor hij van het pad af het kanaal in tuimelde, snel gevolgd door zijn fiets die hij dwars op het fietspad had laten staan en die Gerard uit de weg wilde hebben. De drie jongens achter hem zagen hun leider het water in verdwijnen en begrepen, toen Gerard zich omdraaide met grote, van woede rood doorlopen ogen, dat zij aan de beurt waren.

“Kom op, wegwezen!” Snel pakten ze hun fietsen en maakten dat ze wegkwamen, een enigszins teleurgestelde Gerard achterlatend. Hij had graag afgemaakt waar zij aan begonnen waren. Aangezien zijn tegenstanders besloten hadden het hazenpad te kiezen, besloot hij ook maar te vertrekken. De weg was immers weer vrij. Hij raapte zijn fiets op van de grond, maar op het moment dat hij op wilde stappen, hoorde hij iemand klappen... Toen hij zich omdraaide in de richting van het geluid, viel zijn mond open van verbazing. Boven hem, op de dijk die langs het kanaal en het pad liep, tussen een paar bomen, zat een man. Een lange witte mantel lag om hem heen in het gras. Een schitterende wapenrusting viel onder de mantel te ontwaren. Het was net één van de hoofdrolspelers uit de boeken en films die hij met regelmaat verslond. Gerard was een groot fan van alles wat met fantasy en sciencefiction te maken had. Nou ja, bijna alles. Er waren grenzen. “Je vergeet iets.” De stem van de man in de wapenrusting klonk diep van onder de helm die hem met brandende ogen aankeek. Met een nonchalante handbeweging rees een schijnbaar bewusteloze Daniel op uit het water. De zwevende man maakte een gebaar alsof hij een propje papier weg gooide, waarop het bewusteloze lichaam van Daniel ruw op de oever werd gekwakt. Een golf water verliet zijn mond en rochelend werd hij wakker. Nog een handbeweging later lag ook de fiets van Daniel op de kant. De versufte pestkop keek verbaasd van Gerard naar de geharnaste man en besloot toen dat de klap tegen zijn hoofd iets te hard was aangekomen. Drijfnat stapte hij op zijn fiets en maakte dat hij weg kwam.

De in het wit geklede man stond op en zweefde rustig naar beneden, om vlak bij Gerard iets boven de grond te blijven hangen. Zijn wijde mantel wapperde golvend om hem heen, ook al stond er bijna geen wind. “Hij was gestorven in het water. Dat wil je niet op je geweten hebben. Wel een schitterende actie overigens. Complimenten. Maar denk aan de afwerking, dat kost je punten. Ik geef het een acht op een schaal van één tot tien.”

Nederlands